Gelezen boeken begin 2022

Ik had allemaal goede ideeën. Over hoe ik keurig zou bijhouden welk boek ik wanneer las, hoe ik daar overzichtjes van zou maken en dat precies om de zoveel weken zou publiceren. De werkelijkheid bleek (zoals vaak) chaotischer ;-). Dus heb ik dat alles losgelaten en zal ik voortaan, zo nu en dan, als ik het me (op tijd) herinner, foto’s maken van wat ik zoal lees.

Ik doe er dan zes per keer en zoals jullie kunnen zien, maak ik er uiterst professionele foto’s van:

Tot nu toe heb ik dit jaar ongeveer twintig boeken gelezen. Een mooie score, want we zitten pas in maart. Er waren hele goede boeken bij en ook boeken die eigenlijk een beetje zonde van mijn tijd waren. Al is lezen nooit écht zonde van mijn tijd, vind ik, want ook al is het boek slecht dan is de activiteit nog steeds ontspannend. De afgelopen tijd las ik onder meer dit:

1. Jan van Mersbergen – Een goede moeder

Eerlijk? Ik heb (meermalen) op het punt gestaan om hiermee te stoppen. Ware het niet dat ik dat zelden doe, omdat ik dan ergens toch benieuwd ben naar het einde en of het (ooit) nog beter wordt. Dit boek zag ik bij toeval op de tafel in de bieb liggen. De titel sprak me aan en ik had nog nooit iets van Van Mersbergen gelezen, dus ik nam het mee.

Maar ja… ik vond het gewoon niet goed. Het gáát maar door, allemaal gezeik van een vrouw (een moeder) met een complex gezondheidsprobleem die niet in staat is om voor haar dochter te zorgen. Aan de hand van WhatsAppberichten, spraakmemo’s en e-mails leer je hoe het zorgsysteem (vaak) faalt en hoe de stabiliteit binnen een gezin ver te zoeken is.

Een tamelijk uniek format dus, waarbij je als lezer als het ware zelf construeert wat er precies gebeurd is, maar het duurde mij allemaal te lang en er was te weinig afwisseling. Ja, wel in soorten teksten, maar niet in gebeurtenissen. Moeder is steeds moe, ziek, afwezig, vader probeert vergeefs zorginstanties zo ver te krijgen om met oplossingen te komen. Het is 85% van dit: We lopen, ik tel de stoeptegels. Elke tegel is dertig centimeter. Tien tegels is drie meter. We zijn er zo. Mijn verhaal is zo klaar. Mijn verhaal begint zo. Hij houdt me stevig vast en hij is op afstand. Dat tegelijkertijd. Ik voel het naar mijn benen zakken, zwaar. Mijn schoenen worden zwaarder. Ze slepen over de tegels. Hij zal nooit meer dicht bij me komen. Ze zullen vertrekken. Dan ben ik weer alleen.

Ik vond het vooral een vermoeiend boek.

2. Francien Regelink – Druks

Francien (van ‘Francien laat je tieten zien’) heeft ADHD. Dat betekent meer dan dat ze Alle Dagen Heel Druk is, al kan ze dat ook zijn.

In dit boek geeft ze een inkijkje in haar hoofd, waardoor je (voor eventjes, soort van) kunt ervaren hoe het is om AD(H)D te hebben. Ik vond dit een heel waardevol boek, net als het boek Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit van Toeps uit dezelfde serie dat ik eerder besprak. Want je kunt allerlei boeken over autisme/ADHD geschreven door ‘experts’ lezen, maar wie weet er uiteindelijk nou beter wat dat in praktijk inhoudt dan iemand die zelf die diagnose heeft?

Dankzij Francien heb ik nu een beter beeld van waarom zoiets ogenschijnlijks simpels als naar de supermarkt gaan een hele opgave kan zijn en waarom het in sommige gevallen fijner is om onderaan de brandtrap te werken in plaats van op een kantoor. Ja, fijn boek, helder uitgelegd en goed te begrijpen.

3. Patricia Lockwood – Hier hoor je niemand over

‘Jij kiest altijd boeken zonder plot,’ aldus mijn boekclubmaatje. Ik moest daarom lachen, was me er niet zo van bewust, maar als ik mijn keuze van de maand maart (= dit boek) bekijk, kan ik het ook niet ontkennen. Ik houd van modernistisch proza, van boeken die iets vernieuwends proberen in stijl of format, van boeken die je uitleest en dan denkt: WAT?

Dit boek is vreemd, maar in de goede zin. Het gaat over een vrouw die als social media expert de wereld over reist nadat haar post ‘Kan een hond een tweeling zijn?’ viral is gegaan. Haar online bestaan is absurd en ze raakt helemaal vervreemd van de werkelijkheid. Maar dan wordt ze tante van een kindje met wie er ‘iets mis’ is en wordt ze gedwongen om (soort van) terug te keren naar de realiteit. Ik kan er moeilijk wat anders over zeggen dan dat het vreemd is en anders dan veel andere boeken die ik gelezen heb. In dat geval was dit een pluspunt.

4. Marlies Koers – Dagboek van een verloskundige

Ik had hier eigenlijk weinig van verwacht. Het was een tijd geleden een hype toen het net uitkwam, en mijn nieuwsgierigheid was toch geprikkeld, ondanks dat ik dacht dat het niet echt iets voor mij zou zijn. Ik dacht namelijk dat het slecht geschreven en oppervlakkig zou zijn (hallo vooroordelen).

Maar het viel me 100% mee. Ok, het is niet een boek met veel diepgang, maar ik vond het stukken interessanter en ook fijner doorlezen dan ik had verwacht. Marlies Koers neemt je mee in haar werk als verloskundige. Ze vertelt (soms grappige, soms ontroerende en soms tenenkrommende) situaties die ze meemaakt in de praktijk.

Mooi vond ik dat je er echt uit kunt halen hoe dol zij is op haar werk en met hoeveel respect ze met haar patiënten (cliënten?) omgaat. Ze oordeelt niet, maar probeert uit elke situatie zelf ook iets te leren. Ik vond het bovendien leuk om zoveel verschillende bevallingsverhalen te lezen. Ik wil zelf heeeeel graag eens een bevalling meemaken van iemand anders dan mezelf, het lijkt me zo iets magisch (was het ook bij mezelf, maar dan heb je ook al die pijn dus kun je niet echt toeschouwer zijn). Minder vond ik die hoofdstukken of delen die over haarzelf als persoon gaan, dus over haar verhuizing of uitgaan met vriendinnen. Bot gezegd denk ik dan ‘ik lees dit boek niet om jou beter te leren kennen, maar om het vak verloskundige beter te leren kennen.’

Na het lezen van dit boek denk ik: misschien had ik verloskundige moeten worden ;-).

5. Babs Gons – Doe het toch maar

Jaaaaaa wat is dit leuk & goed! Ik ben fan van Babs Gons sinds ik haar een gedicht hoorde voordragen op de radio. Dat ging over #MeToo, ik heb daar eerder een stukje van geciteerd. Dat raakte me, des te meer omdat ze het met zoveel emotie voordroeg.

Sindsdien heb ik meer spoken word gedichten gelezen en ik ben sowieso wel fan van dit genre (al moet je ze voor de totaalervaring natuurlijk horen in plaats van lezen). Het mooie eraan vind ik dat je geen geoefende poeziëlezer hoeft te zijn om ze te begrijpen, maar dat het vaak juist over heel alledaagse zaken gaat waar iedereen zich wel in kan herkennen. Haar gedichten zijn niet zelden (politiek) geëngageerd en soms zit er ook veel woede in, dat vind ik ook krachtig.

Ik vind het lastig om hier verder op in te gaan zonder hele gedichten te citeren (en dat kan niet, want daar zijn ze veel te lang voor). Dus ik zou zeggen: koop het, leen het, lees het! Babs Gons stelt niet teleur ;-).

6. Roos Schlikker – We rommelen maar wat aan

Dit boek deed me in heel veel opzichten denken aan Alle ouders klungelen maar wat aan van Anna van den Breemer (dat besprak ik hier). Zelfs de titel is bijna hetzelfde, maar dan in andere woorden. Ik ontkom er dan ook niet aan om ze met elkaar te vergelijken.

Dit boek is een verzameling van (korte) columns over het ouderschap, in dit geval het moederschap van Roos. Met een flinke dosis sarcasme vertelt ze anekdotes en haalt ze herinneringen op. Anders dan Van den Breemers boek zijn hier dus vragen noch antwoorden, wat het minder informatief, maar ‘slechts’ persoonlijk en vermakelijk maakt. Anders dan Breemers’ boek heeft dit boek wel grappige stukjes, best veel zelfs. Het is niet een boek dat me bijblijft, maar wel erg geschikt om op een zonnige dag in de speeltuin te lezen, een paar stukjes achter elkaar, terwijl ik ondertussen naar mijn eigen kinderen kijk en me verwonder over hoe snel de tijd de afgelopen vier jaar gegaan is.

Nou, ik hoop dat jullie het leuk vonden en er wellicht wat inspiratie uit gehaald hebben :-). Binnenkort ben ik weer met zes nieuwe titels. Mocht je terug willen kijken wat ik eerder las, dan kan dat bijvoorbeeld hier:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *