Boekrecensie: Alle ouders klungelen maar wat aan

Alle ouders doen maar wat. Het is een veelgehoorde zin die troost, hoop en comfort biedt aan alle ouders die… juist: maar wat doen. Met een speelse knipoog naar die slogan schreef Anna van den Breemer, journaliste en moeder van Mia (3) en Baran (2), het boek Alle ouders klungelen maar wat aan.

In het boek worden antwoorden gegeven op vragen waar alle ouders vroeg of laat mee worstelen. Wat doe je bijvoorbeeld wanneer je peuter een driftbui heeft midden in de supermarkt? Hoe krijg je moeilijke eters toch aan de broccoli? Van den Breemer beantwoordde deze vragen in de populaire opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ in de Volkskrant. Bij het beantwoorden putte ze deels uit eigen ervaring, maar ging ze daarnaast te rade bij deskundigen en andere ouders.

Dat leidde dus tot dit boek, dat ingedeeld is in vijf hoofdstukken. Van ‘(Niet) eten, slapen en andere dagelijkse beslommeringen’ tot ‘Over grenzen en regels stellen’. Wie de titels leest, begrijpt al gauw dat dit boek zich richt op ouders met jonge kinderen. De term ‘tropenjaren’ valt vaak, en de tips die Van den Breemer geeft zullen weinig effect hebben op pubers. Maar voor ouders met baby’s, peuters en kleuters is er meer dan genoeg informatie. Het boek begint zoals het vaak tussendoor ook is: eerlijk kwetsbaar. Met Van den Breemers eigen gedachten als kersverse moeder:

Waarom heeft niemand mij dit ooit verteld? Hoe vaak ik dát wel niet heb gedacht tijdens die overweldigende, slapeloze en kwetsbare jaren waarin ik moeder werd van twee kinderen.

Ik schreef er al eerder over, en Van den Breemer bevestigt mijn gevoel dat er soms een soort verheerlijking van het moederschap plaatsvindt, die weinig ruimte laat voor zij die twijfelen en zij die wanhopen. Zoals veel moeders óók doen. Dat Van den Breemer dat niet doet, pleit alvast voor haar. Alle ouders klungelen maar wat aan bevat zo niet alleen tips (‘zo zou het idealiter moeten’), maar ook herkenning en erkenning (‘zo gaat het in de praktijk vaak niet’).

Een tikkeltje simplistisch maar tegelijkertijd prettig straightforward zijn de ja-of-nee antwoorden die Van den Breemer soms geeft. Op de vraag of het erg is om tegen je nageslacht te liegen over het bestaan van Sinterklaas, schrijft ze bijvoorbeeld: ‘Nee, is de consensus onder pedagogen.’ Een helder antwoord, waar je je misschien niet in kunt vinden, maar dat wel houvast kan bieden voor wie zich hier de hersens over breekt.

Ook over schermtijd geeft ze, of beter gezegd haar boek, een helder antwoord. In de woorden van Patti Valkenburg, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Het verschilt per kind. Maar meer dan twee uur is voor kinderen tussen de vier en zeven jaar niet goed.’ Kijk, daar kun je wat mee. Als je wilt. En als je niet wilt niet. De balans tussen van alles uitgelegd en tegelijkertijd niets opgelegd krijgen, is fijn.

Tot slot een kritische noot: het boek mist humor. Er valt weinig te lachen, zelfs niet te glimlachen. En dat is jammer. En verder mis ik soms de nuance, want tegenover de mening van een deskundige (nu) staan andere deskundigen (in het verleden of de toekomst) met andere ideeën. Alle ouders klungelen maar wat aan telt zo’n 160 bladzijdes, dus er is ook niet erg veel plaats om heel uitgebreid op alles in te gaan. Dat snap ik wel. Ik had denk ik zelf dan liever wat minder vragen wat grondiger beantwoord gezien, maar dat zijn keuzes. Al met al vond ik het een informatief boek, maar niet per se ‘een onmisbaar boek voor alle worstelende ouders die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken’ zoals de kaft zegt…

Eindoordeel:
★ ★ ★ ★ ★

 

Linda het opvoedboek. Willekes slaap. Vogelpoel Kit Down. Jaeger Lindner Groot worden ze toch wel Pronk waarom ik geen strenge moeder ben Schiet opvoedmythes gezond hechten. Feddema ja is ja nee is nee Bloemink Hypermama ouders opgelet bronson merryman Kleyn Cesar Henselmans consuminderen met kinderen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *