Grappige uitspraken van Elia #10

1) Ouderen en gehandicapten.

Elia: “Gaan we met de lift?”
Ik: “Nee, met de trap. De lift is voor gehandicapten of voor mensen die zo oud zijn dat ze trappen lopen moeilijk vinden.”

Elia: “Zoals oma!”

2) Tot nooit.

Een vader in de speeltuin: “Misschien tot de volgende keer!”
Ik: “Ja, wie weet.”

Elia: “Die man zien we nooit meer.”

3) Ben je doof ofzo?

Ik: “Wil je even de doek aangeven?”
Elia: “Wat?”
Ik: “Wat zeg je?”
Elia: “Ik zei: ‘wat’?”

4) Afleiding is de beste verdediging.

Elia en vriendje B. hebben ruzie gemaakt. B. huilt.

B.: “Hij trok aan mijn tas!”
Elia: (…)
Ik: “Elia, wil jij ook iets zeggen?”

Elia denkt even na en zegt: “Sommige auto’s lekken benzine.”

5) Toch de verkeerde carrière gekozen…

Wanneer ik iets ga kopen, rekent de man achter de kassa het totaalbedrag verkeerd uit. Vervolgens ben ik heel lang bezig met uitleggen waarom dat niet klopt, waarna ik bijna te laat ben om Noël op te halen. Ik vertel dit verhaal aan Elia.

Elia: “Kon die man niet goed rekenen mama?”
Ik: “Nee.”
Elia: “Kan jij het beter?”
Ik: “Ja.”
Elia (bloedserieus): “Dan moet jij eigenlijk achter de kassa.”

6) Voor altijd samen.

Ik heb het met Elia over de toekomst, als hij in een eigen huis woont en zelf kinderen heeft…

Elia: “Als ik dan later groot ben, ga ik elke dag snoepjes eten.”
Ik: “Oké, dus je hele huis ligt dan vol met snoepjes, ook op plekken waar de kinderen erbij kunnen?”
Elia: “Neehee… want dan gaat hij ze allemaal opeten!”
Ik: “Wie?”
Elia: “Noël natuurlijk!”

7) Lekker aardig.

Mijn fiets is omgevallen.

Elia: “Lekker voor je.”

8) Spreken is zilver, zwijgen is goud.

We lopen langs het politiebureau. Daarbinnen hangt een poster met een kat en een hond erop.

Elia: “Zijn die hond en die kat stout?”
Ik: “Dat denk ik niet.”
Elia: “Maar je weet het niet zeker?”
Ik: “Nee.”
Elia: “Waarom zeg je het dan?”

9) Niets is wat het lijkt.

Elia heeft geleerd dat de zon en de maan dichtbij lijken, maar eigenlijk heel ver weg zijn. Als we in de auto zitten, zien we samen hoe de zon zakt.

Ik: “Kijk, de zon gaat onder.”
Elia: “Nee, dat is niet echt zo. De zon lijkt laag maar eigenlijk is hij heel hoog.”

10) Lastig, die kleuren.

Elia’s vader is kleurenblind.

Hij: “Ik heb moeite met de kleur oranje.”
Elia: “Kan jij ‘oranje’ niet goed zeggen?”

  
  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *