Rating the stuff·Tips & trucs

Boekrecensie: Ja is ja, nee is nee

Gitty Feddema is de auteur van En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden? Van zo’n titel word ik altijd gelijk nieuwsgierig. Dat impliceert immers dat ‘we’ in de ogen van de auteur nu iets helemaal verkeerd aanpakken. Maar waarom dan? En, belangrijker, hoe zou het volgens haar dan wél moeten?

Ja=ja, nee=nee (2011) is samengesteld uit delen van twee eerder verschenen boeken, namelijk Opvoeden kun je leren (1999) en De Gouden Regels van de Opvoeding (2005). Het beste en meest praktische van deze bundels is hierin samengevoegd, en de lay-out is prettiger (want: minder lappen tekst) dan in de andere titels. Reden voor een recensie dus!

De (vier) Gouden Regels van de Opvoeding volgens Feddema… komen ze:

  • Belonen van gedrag
  • Leren omgaan met het woordje ‘nee’
  • Regels en grenzen stellen
  • Praten, uitleggen, onderhandelen en discussiëren met het kind

De vier pijlers

Het is niet moeilijk te raden wat Feddema’s regels inhouden: aandacht geven betekent belonen, dus ook ongewenst gedrag zag zich herhalen als je het ‘beloont’ met aandacht. Kinderen moeten van jongs af aan leren dat niet alles mag, dat ‘nee’ bestaat en dat er door de ouder vastgelegde grenzen zijn die gerespecteerd moeten worden. Tot slot is het goed om naar je kind te luisteren, maar met mate: uiteindelijk is het de ouder die beslist. En in sommige gevallen werkt uitleggen en praten averechts.

Wat ik van dit boek geleerd heb

Verbazingwekkend veel! In het begin dacht ik: ik weet al waar dit heengaat. Dit wordt een pleidooi voor een autoritaire opvoedingsstijl (waar ik niet per se een voorstander van ben). En dat is het voor een deel ook. Maar er staan ook een hoop handige tips in die je gelijk in de praktijk kunt brengen. Ik heb zoals altijd eruit gehaald wat ik goed/logisch vond klinken, en dat waren vooral tips die betrekking hebben op de communicatie met je kind:

  • Ga niet discussiëren met je peuter. Peuters reageren beter op wat de ouder dóét dan wat deze zégt. Een peuter begrijpt je sneller als je zegt: “Nee, dat is papa’s kopje, jij krijgt melk in je eigen beker. Daar mag jij uit drinken.” En tegelijkertijd geef je die beker.
  • Als je wilt dat iets gebeurt, zég het dan in plaats van het te vragen. “Wat wil je, ga je mee naar de bakker of blijf je thuis?” is een zinloze vraag aan een driejarige, omdat het een keuzemogelijkheid impliceert die er helemaal niet is.
  • Gebruik duidelijke taal. Zinnen als “Doe nou toch eens rustig!“, “Nou is het klaar!” of “Doe normaal!” klinken voor ouders heel logisch, maar begrijpt een kind wat er met ‘normaal doen’ bedoeld wordt? En ook: zeg geen ‘we’ als je eigenlijk ‘jij’ bedoelt. Dit vond ik echt een eye opener. Ik zeg vaak ‘we’ uit solidariteit, maar eigenlijk is dat alleen maar verwarrend. Zoals Feddema schrijft: ‘We gaan helemaal niet naar bed! Het kind gaat naar bed! En moeder brengt hem naar boven, legt hem in bed en gaat zelf weer naar beneden.’

Een hele mooie regel vond ik, juist als tegenwicht tegen de wat strengere, ‘vergeet niet van je kinderen te genieten’. Feddema schrijft daarover:

‘Zorg dat je erbij bent, bij die eerste lach, de eerste wankele stapjes, de eerste woordjes. Zorg dat je ernaast staat als hij gaat fietsen op zijn driewielertje, als hij leert voetballen op het veldje, als hij die allereerste keer helemaal alleen van de hoge glijbaan af komt suizen. Zorg dat je erbij bent, die eerste keer dat hij in het zwembad kopje onder durft, de eerste dag dat hij door de schooldeur een nieuwe wereld binnenstapt. Je kunt het niet inhalen, nooit meer overdoen. Spijt over wat je gemist hebt komt altijd achteraf.’

De gebiedende wijs

Waar ik mij aan stoorde bij dit boek is de toon. Ik houd van boeken die genuanceerd zijn, die zeggen ‘je zou dit eens kunnen proberen, maar als het niet lukt niet getreurd, je hebt je kind niet verpest’ (bij wijze van). Ik houd ook van empathische auteurs die zeggen ‘opvoeden is soms ook verrekte moeilijk, maar laten we met z’n allen dapper doorgaan’.

Zo’n soort auteur is Feddema niet. Haar toon is directief, elk advies staat als bevel geformuleerd in de gebiedende wijs. Zelf word ik daar opstandig van. Dan denk ik: je kunt dat nu wel zo stellen, maar ik doe toch wel wat ik wil, en ik heb in andere boeken ook andere dingen gelezen/in de praktijk dit en dit meegemaakt. Tegelijkertijd kan ik niet ontkennen dat ik meerdere malen iets las waarvan ik dacht: ze heeft gelijk… dus ik heb wel (deels) braaf geluisterd.

Eindoordeel:
★ ★ ★ ★

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *