Grappige uitspraken van Elia #1

Die peuter van mij praat de hele dag door. Ook al heeft hij soms geen flauw idee wat hij zegt, dat weerhoudt hem er nooit van om toch iets te zeggen. Vaak papegaait hij mij na (Ik: “Dat vind ik onhygiënisch” – Hij: “Dat is niet onsygedenisch!”), maar hij komt ook met zijn eigen creatieve taalvondsten.

Dit is het eerste deel, inmiddels is er ook een tweede, een derde en zelfs een vierde deel bijgekomen.

1) Je leeftijd kun je het beste uitdrukken in eten.

Elia: “Ik ben drie jaar. Ik mag drie mandarijntjes.”
Ik: “Je bent twee jaar.”
Elia: “Ok.”
(…)
Elia: “Ik mag drie mandarijntjes.”

2) Afvallen is nog nooit zó makkelijk geweest.

Elia rent rondjes door het huis van opa en oma en gaat daarbij steeds op de weegschaal staan. Daarna vraag ik hem elke keer hoeveel kilo hij is, waarop hij steevast ‘vijftien’ antwoordt. Dan zegt opa dat dit de laatste keer was.

Ik: “En, hoeveel kilo ben je?”
Elia: “De kilo’s zijn op.”

3) Wat je zegt ben je zelf.

Elia’s favoriete antwoord is om te herhalen wat ik tegen hem zeg en dan met het woordje ‘zelf’ erbij.

Ik: “Je hebt waterpokken.”
Elia: “Je hebt zelf waterpokken.”

4) In tijden van economische crisis moet je overal rekening mee houden.

Elia wil zijn boterham niet opeten om een wel heel bijzondere reden…

Elia: “Ik wil deze boterham niet. Deze boterham is te duur.” (overigens bedoelt hij waarschijnlijk ‘duro’, het Spaanse woord voor hard)

5) En dan doe je ineens een rollenspel in je eentje.

Elia: “Mama, jij bent de dokter.”
Ik: “Ok. En wie ben jij dan?”
Elia (met een blik van ‘domme vraag’): “Ik ben gewoon Elia.”

6) Tikkertje doen, maar dan anders.

Ik: “Tikkie! Jij bent ‘m!”
Elia: “Tikkie! Ik ben d’r!”

7) Was het maar zo makkelijk.

Elia maakt 1 voor 1 de knoopjes van mijn blouse los en kijkt aandachtig naar mijn buik.

Elia: “Zo ging jouw buik open en toen kwam ik eruit eerst en toen Noël en toen was jij blij.”

8) Het kwijlt en het kronkelt, dus het zal wel een weekdier zijn.

Ik kom de woonkamer in gelopen. Elia staat over de wipstoel gebogen en praat tegen Noël.

Elia: “Jij bent een slak. Een lieve, kleine slakketje.”

9) Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

Ik: “Elia, kan Noël praten?”
Elia: “Nee.”
Ik: “Kan hij spelen?”
Elia: “Nee.”
Ik: “Kan hij lopen?”
Elia: “Moet hij even proberen.”

10) Verkeerd verbonden.

Elia heeft een speelgoedtelefoon van V-Tech die het alfabet zingt en dingen zegt als ‘hallo, met de hond’.

Elia: “Ik ben ziek. Ik moet de dokter bellen.”
Speelgoedtelefoon: “Hallo, met de hond.”
Elia: “Ik wil niet de hond spreken. Ik wil de dokter spreken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *